Potosi - Cerro rico (de mijnen)

Na een afschuwelijke busreis van 7 uur (zeer hobbelige weg en tot op de draad versleten bus) kwamen we behoorlijk geradbraakt (Sangita vindt dit een prachtig woord!) in Potosi aan. Alsof dat nog niet genoeg was, stond er ons nog een serieuze klim naar het hotel te wachten... leuk, zo'n stad op 4000m hoogte! De ijle lucht maakte de wandeling er ook niet gemakkelijker op. Uiteindelijk kwamen we dan toch aan op onze eindbestemming: de 'Koala Den', een leuk hostel midden in een typische wijk met kleine huisjes en smalle straatjes. Het interieur zag er proper en gezellig uit, voorzien van alle nodige extraatjes (internet, dvd room, bibliotheek,...) en dus besloten we om hier te overnachten. Bovendien kon je in dit hotel ook rondleidingen door de mijnen bezoeken, één van de hoogtepunten van het bezoek aan Potosi. Na de check-in bleef er nog wat tijd over voor een kleine wandeling door de stad. We bezochten het theater, waar we vanop het dak van een prachtig uitzicht over de stad konden genieten, wat een aantal heel mooi foto's opleverde. Daarna konden we voor zo'n 15 Bolivianos de kathedraal bezoeken, maar al bij het binnenkomen beseften we dat we in't zak waren gezet: de kathedraal was volledig leeg, op enkele steigers na. Ze werd namelijk volledig gerestaureerd in het kader van het 200-jarig bestaan van Potosi. We kregen nog een rondleiding van een gids, maar als je niets kan bekijken, dan valt er ook niet veel te vertellen :p. We beklommen ook nog de klokkentoren, vanwaar we (alweer *geeuw*) een mooi uitzicht hadden over Potosi.
Ondertussen was het donker geworden, hoog tijd voor het avondeten! Snel naar ons hotelletje om ons wat op te frissen en dan richting de 'Manzana Magica', een vegetarisch restaurantje dat hoog aangeprezen stond in onze trotter-gids. Spijtig genoeg had de schrijver van de gids het verkeerde adres opgegeven, waardoor dit restaurantje niet zo gemakkelijk te vinden was! Na een kwartiertje ronddolen stonden we als bij toeval toch plots voor de deur van de 'Manzana Magica'... net op tijd, want we waren bijna een verschrikkelijke hongersdood gestorven. Het eten was gelukkig superlekker en goedkoop (lang leve Bolivia) en dus besloten we om onze trotter-gids dan toch maar te vergeven. Daarna besloten we om nog iets te gaan drinken in 'La Casena', een gezellig cafeetje met live muziek. Die avond stond er toevallig reggae op het programma dus besloten we om alvast in de sfeer te komen met een kan sufflay (een geliefde cocktail bij de plaatselijke bevolking) die zo'n 45 Bolivianos kostte (jawel, een KAN cocktail voor €4,5!). Onder invloed van de goede muziek en de gezellig sfeer bestelden we ook nog een kan Caipirinha voor het belachelijke bedrag van €5. Lichtjes aangeschoten keerden we rond middernacht terug naar het hostel, een superleuke avond!

De volgende dag moest ik om 7.30 opstaan voor het bezoek aan de mijnen van Potosi, pijnlijk! Sangita had besloten om dit bezoek over te slaan en mocht blijven liggen, de gelukzak. Om 8.30 kwam onze gids ons ophalen en reden we in een klein busje naar een mijnwerkershuisje, waar de onze aangepaste outfit mochten aantrekken: trainingsbroek (very comfy), poncho (modieus) en rubberlaarzen. Een mijnwerkershelm en -lamp vervolledigden ons uniform. Daarna ging het richting mijnwerksmarkt, waar we geschenkjes gekochten die we later in de mijnen aan de mijnwerkers zouden overhandigen: sigaretten, cola (de echte, onbetaalbaar voor de mijnwerkers), cocablaadjes (tegen de honger en vermoeidheid) en dynamiet (de échte :p). Vervolgens brachten we ook nog een bezoek aan een verwerkingsfabriek waar de ertsen, die de mijnwerkers naar boven halen, gescheiden worden door een hele reeks chemische processen (zilver, lood, tin,...). Deze fabriek was in Boliviaanse handen en probeerde de mijnwerkers een eerlijke prijs te geven voor hun ertsen (zo'n 10 Bolviano's of €1 per kilo). 

Volgende stop: Cerro Rico, de mijnen van Potosi. Mijnwerkerslamp aan, bandana voor neus en mond (tegen het stof) en dan de eerste tunnel in, zo'n kilometer lang. Lopen ging hier nog behoorlijk gemakkelijk en ik moest mij maar heel af en toe bukken voor half ingestorte steunbalken (leuk :p). Dan ging het via een smalle, steil afdalende tunnel richting tweede niveau van de mijn. Lopen was niet meer mogelijk, enkel kruipen op handen en voeten. Daar aangekomen kwamen we een eerste mijnwerker tegen die net een shift van 20 uur achter de rug had. Met een doffe blik in de ogen vertelde hij over zijn leven in de mijn, schrijnend. Die dag had hij zo'n 5 kilo bruibare ertsen naar boven gehaald, omgerekend zo'n 50 Boliviano's... en dat voor 20 uur hard werken! Ik hoop dat onze geschenkjes hem toch een beetje konden opvrolijken...

Na deze confronterende ontmoeting daalden we af naar niveau 3, waar een groep mijnwerkers zo'n 30 ton hout aan het verplaatsen was met kleine wagentjes op rails om de mijngangen te stutten. De jongste onder hen was 17 jaar en werkte al 5 jaar in de mijnen (kinderarbeid is hier meer de regel dan de uitzondering). We mochten zelfs met hen op de foto en ze kregen daarvoor ook een deel van de door ons gekochte geschenkjes. Op het vierde niveau (zo'n 120m diep in de mijnen) kwamen we 2 mijnwerkers (15 en 35) tegen die samen een nieuwe ertslaag aan het uitgraven waren (de dynamietstaven lagen al klaar). Ongelooflijk hoe zij in die verschrikkelijke omstandigheden konden werken: enorm veel stof en warm!! Ondertussen zaten we al zo'n 2,5 uur in de mijnen en we voelden we het stof in onze kelen en longen branden. Hoog tijd om terug richting daglicht te klimmen. Voor de 'die hards' was er nog een extra smalle tunnel om van het derde naar het tweede niveau te klimmen en die uitdaging kon ik natuurlijk niet laten schieten. Als slangen wrongen we ons door de nauwe tunnels, niet geschikt voor claustrofoben! Uiteindelijk kwamen we veilig terug boven, frisse lucht heeft nog nooit zo, uhm... fris aangevoeld, zalig! Respect voor de mijnwerkers die elke dag opnieuw in deze hel moeten afdalen.

Rond half twee kwamen we terug aan bij ons hostel en na een kleine lunch verkenden ik en Sangita de rest van Potosi. Heel veel kerken in barok-stijl (één van de redenen waarom Potosi op de lijst van het werelderfgoed van de UNESCO staat) en koloniale gebouwen. Ook de typische smalle straatjes en huisjes gaven de stad een gezellige aanblik. We bezochten ook nog het klooster-museum Santa Teresa, maar de rondleiding kon ons maar gedeeltelijk boeien. Na al dat stappen was het tijd om het tweede vegetarische restaurantje van de Potosi op de proef te stellen, gelukkig dit keer wel op het juiste adres, maar de inrichting was niet zo gezellig als onze gids ons wou doen laten geloven. In Potosi hebben we alvast geleerd dat we onze trotter niet blindelings mogen geloven :p. Het voorgerecht was heerlijk, het hoofdgerecht al iets minder (te weinig)... maar bon, we zijn al blij dat er zoveel vegetarische restaurantjes in Potosi (en in Bolivia in het algemeen) te vinden zijn. Geen cocktails die avond, we kozen ervoor om wat met onze foto's bezig te zijn en om daarna te gaan slapen. De volgende ochtend zouden we dan rond de middag richting Sucre vertrekken.

Daarover meer in onze volgende blog (die eigenlijk al online staat :p)

groetjes en kus,

Filip en Sangita

Laatste foto's

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer