Santa Marta - La Ciudad Perdida

Het einde van onze prachtige rondreis door Zuid-Amerika komt steeds dichterbij. We proberen er niet te veel over na te denken, maar op één of andere manier blijft die gedachte altijd door je hoofd spelen. Na een alweer een nachtbus kwamen we aan in Santa Marta, gelegen aan de Caribische Zee. Het is een leuk stadje in koloniale stijl, met smalle straatjes, drukke winkelstraten en een heuse promenade naast het strand.

We kwamen er terecht in een supergezellige jeugdherberg: veel volk, veel verschillende nationaliteiten en veel sfeer. Er was zelfs een zwembad, een ontspanningsruimte met een enorme flatscreen en een gezellige bar. Kortom, ideaal voor onze laatste weken in Colombia. De voornaamste reden voor ons bezoek aan Santa Marta was ‘La Ciudad Perdida’, een oud heiligdom van de Tairona indianen. Het heiligdom bevindt zich in het midden van de jungle en kan enkel te voet bereikt worden. Volgens onze trotter beloofde het een pittige trektocht te worden van vijf dagen door heuvelachtig gebied en dat bij tropische temperaturen… of ja, tropische vochtigheid is misschien een juistere benaming! Via ons hostel kregen we het adres van een agentschap die zo’n excursie organiseerde. Na een zoektocht door de straten van Santa Marta vonden we eindelijk het juiste adres. We boekten er de trektocht en vroegen ons af of we niet alweer te veel hooi op onze vork namen. Anderzijds waren we ondertussen toch al flink getraind door al het wandelen en sporten van de afgelopen 5 maanden J.

Tot aan ons vertrek brachten we de tijd door met lekker luieren op het strand. Op een bepaald moment meerde er een enorm cruiseschip aan in de haven van Santa Marta. Het leek wel alsof er geen einde kwam aan dat ding, echt indrukwekkend! We genoten van de zon, het warme weer en de aangename temperatuur van het water. Hier hadden we nog wel een paar weken kunnen blijven… zalig!

 

We besloten om ook nog wat extra kledij te kopen voor onze trektocht naar ‘De Verloren Stad’. Onze grootste zorg was om genoeg bescherming te hebben tegen muggen. We hadden dus vooral t-shirts met lange mouwen nodig en zonwerende kledij. De winkelstraat van Santa Marta was echt een mierennest. Naast de gewone winkels waren er ook ontelbare kleine kraampjes waar er de meest gekke spulletjes verkocht werden. Bovendien was het ook bijna carnaval in Santa Marta en kon je overal gekke maskers en grappige carnavalskledij kopen. Spijtig genoeg zou het carnaval pas beginnen na onze terugkeer naar België, boehoe! Uiteindelijk vonden we nog alles wat we nodig hadden en keerden we terug naar ons hostel om onze rugzakken klaar te maken voor de lange trektocht. Naast de jeugdherberg was er ook een lekker restaurantje waar we ’s avonds heerlijk hebben gegeten.

De volgende ochtend begaven we ons met onze rugzakken naar het agentschap waar we de excursie hadden geboekt. Daar zouden de jeeps ons komen oppikken die ons naar het startpunt van de trektocht zou brengen. Onze groep bestond uit een tiental personen, een bonte mix van mensen en nationaliteiten. Nadat alle bagage op de verschillende jeeps was geladen, konden we eindelijk vertrekken. De zon brandde al aan de hemel, een voorsmaakje van de warmte die ons tijdens de tocht zou begeleiden! Aangekomen bij het startpunt hadden we nog even tijd om wat extra water in onze bagage te proppen en dan was het zover: op naar ‘La Ciudad Perdida’!

 De weg die we moesten volgen slingerde door het prachtige landschap van de Sierra Nevada. Dat landschap was ook heel heuvelachtig, dus was het af en toe puffen en hijgen op de steile klimmetjes. De voornaamste oorzaak van al dat puffen en hijgen was de hitte en de vochtigheid. Alleen al op de eerste dag hebben in en Sangita meer dan 3 liter water gedronken. Het zweet gutste van onze lijven en onze t-shirts waren al snel doorweekt. We waren nog maar een uur of twee onderweg toen we bij een riviertje aankwamen. Deze rivier moesten we oversteken door van steen naar steen te springen. En je hoort ons al komen: toen ik (Filip) op elegante wijze van steen naar steen aan het springen was, verloor ik mijn evenwicht en viel ik pardoes in het water. Dat zou op zich niet zo erg geweest zijn als ik niet op dat moment ook onze fotocamera in de hand zou gehad hebben. De camera kwam dus ook in het water terecht en jawel, deze begaf het ongeveer 10 minuten later. Een domper op ons enthousiasme! Gelukkig kwam een Australiër (zijn naam ben ik even kwijt) met een geniaal idee: de camera in een zak met rijst steken. Het idee daarachter? Wel, net zoals je bij een zoutvaatje ook rijst kan toevoegen om het vocht uit het zout te halen, zo kan je ook een camera in een zak met rijst steken en de rijst zuigt het vocht uit alle kleine onderdelen van het toestel. Zo gezegd, zo gedaan… en met een zak rijst extra in onze rugzak zetten we de tocht voort. 

Na een lange dag kwamen we aan bij het kamp (letterlijk!) waar we de nacht zouden doorbrengen. Er waren grote houten constructies gebouwd waaronder een heleboel hangmatten mooi naast elkaar bengelden. Dat zou dus ons bed worden voor de komende nacht, een leuk vooruitzicht! Vervolgens gingen de koks en kokkinnen aan de slag om een lekkere maaltijd klaar te maken. En het moet gezegd, het was heerlijk! Ook voor mij en Sangita, als vegetariërs, was een heerlijk gerechtje klaargemaakt. Daarna konden we nog even gezellig napraten met de groep en dan was het tijd om onze hangmat te kruipen (moeilijk!). De volgende dag beloofde weer zeer vermoeiend te worden.

De volgende ochtend werden we al vroeg gewekt door onze gids. Snel een stevig ontbijt naar binnen spelen, onze spullen pakken (de kledij die we daags voordien hadden opgehangen om te drogen was nog kletsnacht) en dan op weg voor wat alweer een intense trektocht door de heuvels. Ondanks het feit dat de trektocht behoorlijk vermoeiend was, genoten we wel met volle teugen van het adembenemende landschap. Groene heuvels, prachtige kreken en rivierbeddingen, mooie vergezichten als we weer een heuveltop hadden overwonnen… kortom: genieten!

Diezelfde dag zouden we ook een dorp bezoeken waar nog steeds Tairona indianen leven volgens de eeuwenoude tradities van de stam. Het agentschap waarbij we onze trektocht hadden geboekt, had ons aangeraden om wat koekjes / snoepjes mee te nemen om aan de kinderen uit te delen om het ijs wat te breken. Daarna konden we dan eventueel ook met hen op de foto. Iets voor de middag kwamen we bij het dorpje aan. Het lag goed verscholen tussen de heuvels en de huizen (of beter gezegd, huisjes) waren gemaakt van hout, bladeren en andere materialen die zo uit de natuur kwamen. In de verte zagen we ook het centrale punt van het dorp liggen: een groot, overdekt plein waar de dorpelingen samen kwamen voor vieringen en andere speciale gelegenheden.

 De kennismaking met de Tairona-indianen was wel confronterend, omdat je kon zien dat ze in niet zo’n hygiënische omstandigheden moesten leven. Bovendien kan het leven in de heuvels heel moeilijk zijn en hebben de dorpelingen weinig comfort. Maar waarschijnlijk zijn ze wel gelukkig met hun manier van leven. Dat konden we hen helaas niet zelf vragen. De kinderen waren in ieder geval wel heel blij met de snoepjes. Ik en Sangita vroegen ons wel af of alle groepen die hier voorbij kwamen snoepjes mee hadden voor de kinderen. Misschien hadden we meteen ook maar een tandenborstel moeten geven! Nee, alle gekheid op een stokje, de ontmoeting met deze mensen had echt wel indruk op ons gemaakt. Je kan niet anders dan respect hebben voor hun manier van leven.

In de namiddag kwamen we aan bij het tweede kamp voor alweer een nachtje slapen in hangmatten. De eerste nacht was dat eigenlijk goed meegevallen! Daar aangekomen kregen we te horen dat we, op vrijwillige basis, een fabriekje konden bezoeken waar cocaïne werd gemaakt. Volgens de uitleg van de gids ging het om een soort van ‘opvoedingskamp’ om aan de lokale bevolking te tonen hoe cocaïne werd gemaakt en welke chemische producten daarbij komen kijken. Op die manier willen ze mensen afraden om cocaïne te maken of te snuiven. Dat verhaal klonk heel mooi en menslievend, maar je moet geen uil zijn om te beseffen dat deze cocaïnefabriek waarschijnlijk ook voor gewone productie gebruikt wordt, het brengt namelijk veel geld op! We moesten ook betalen om die fabriek te mogen bezoeken. Een deel van de groep ging hier op in (ik ook trouwens) uit nieuwsgierigheid: hoe wordt cocaïne nu eigenlijk gemaakt. Een ander deel van de groep (waaronder Sangita) ging liever niet mee, omdat het geld dat we moesten geven eigenlijk op die manier druggebruik ondersteunt. Daar was ik het ook wel mee eens, maar mij nieuwsgierigheid haalde toch de bovenhand. Een local nam ons via een heleboel sluipwegen mee naar de plaats waar het ‘fabriekje’ zich bevond. Daar kregen we te horen en te zien hoe het productieproces in zijn werk ging. We kregen niet het volledige verhaal te horen, enkel fase 1 van de productie. Interessant, dat wel, maar als je ziet welke chemische brol er allemaal gebruikt wordt in die eerste fase dan heb je absoluut geen zin om ooit cocaïne te willen gebruiken. Het is echt vuiligheid en bovendien ook gevaarlijk, met producten zoals zwavelzuur, petroleum enz… Na een uurtje zat het bezoek erop en keerden we terug naar het kamp.

Hoog tijd voor alweer een lekkere maaltijd en een gezellig babbel bij het licht van een paar kaarsen. Daarna kroop iedereen vroeg zijn of haar bed in om fris te zijn voor het laatste deel van de trektocht.

 De volgende ochtend was het tijd voor het laatste deel van de trektocht tot aan ’La Ciudad Perdida’: een korte, maar steile klim tot aan de voet van het heiligdom en vervolgens de beklimming van 1200 trappen tot aan de site zelf. De klim viel nog wel mee, maar de trappen waren echt zwaar. Niet alleen omdat het er zoveel waren, maar ook omdat de trappen er op verschillende plaatsen spekglad bij lagen. Hier en daar ontbrak er ook een trede waardoor je soms enorme stappen moest zetten tot aan de volgende trap. Na bijna anderhalf uur trappen klimmen konden we eindelijk ‘The Lost City’ bewonderen. En toegegeven: het was de moeite waard. Ik kan de gebouwen moeilijk beschrijven dus ik zou zeggen: bekijk onze foto’s op Facebook! Het is eigenlijk een indrukwekkend geheel van terrassen, cirkelvormige platvormen, trappen die in allerlei richtingen aftakken… je zou er bijna in verloren kunnen lopen. De gids nam ons eerst mee voor een rondleiding langs de belangrijkste plaatsen van de site. Daarna mochten we zelf nog een paar uur het heiligdom verkennen. Daarbij werden we ‘beschermd’ door soldaten van het Colombiaanse leger, die de boel in de gaten hielden. Zij waren daar aanwezig om toeristen te beschermen tegen rebellen.

 Na het bezoek gingen we op weg naar het kamp vlakbij ‘De Verloren Stad’, waar we de nacht zouden doorbrengen. We sliepen er in een soort van grote hut met twee verdiepingen. Op de grond lagen grote matrassen waarop we konden slapen. Geen hangmatten dus deze keer! Het was wel wat wringen om voor iedereen een plaatsje te vinden (er was namelijk ook nog een andere groep daar in het kamp), maar uiteindelijk was het daar nog echt wel gezellig!

 Over de twee daaropvolgende dagen kan ik kort zijn: we keerden terug naar het vertrekpunt waar we drie dagen eerder waren vertrokken. Spijtig genoeg volgden we exact dezelfde weg terug als op de heenweg. Daardoor was het nieuwe er een beetje af, maar daarom was het niet minder vermoeiend! En eigenlijk konden we toch nog wel van het landschap genieten, want nu zagen we het eens vanuit een ander perspectief. Moe, maar uitgeput kwamen we aan in het dorpje waar de jeeps ons zouden komen oppikken. We kregen er nog een laatste stevige maaltijd en dan was het tijd om terug te keren naar Santa Marta… of niet?

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Meer informatie over Colombia

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer